Dalai’s reis


Dit had ik niet verwacht:
dons onder zilverzwartwitte haren
groeide van pluisjes naar veren.
Jouw zachte blaf klonk gelijk het dalen
van een jonge vogel.

Een zwerm ganzen lijkt hun weg kwijt,
ze blijven boven ons huis rondvliegen.
We slaan alle deuren open, schuifelen
met jou en woedend water in hoofden
naar buiten. Zeggen en proberen:
koffer, trein!? bergen?!
Dat is tegen onszelf- nu harder: sneeuw?!

We knuffelen je bijna dood.
Aaien lome uren uit vacht en —

Hée, de ganzen gaan zuidwaarts.
Ze zijn weer compleet, vóór de nacht.

 

1 februari 1995 – 11 februari 2008


© Henk van Zuiden


(Klik hier om verder te gaan)