Mijn geschiedenis in een hondomdraai
Op het moment dat ik vier jaar werd, dat is tegen de dertig voor
een mens, zat ik voor de vijfde maal in een dierenasiel.
Dit
keer zou ik er tien oneindig lange maanden verblijven. Niemand wilde
mij meer hebben, dachten velen, dacht ik, instinctief. Een blokje
rond met de krant leek zijn vruchten af te werpen. Zoals altijd
weer vielen de hondenliefhebbers voor mijn uiterlijk met fraai getekende
vacht en heel lichtblauwe ogen. De verzorgers gaven mij niet zomaar
mee; ik ben geen hond die een paar keer per dag een kleine wandeling
maakt. Ik ben ook geen hond die je overdag bij afwezigheid in een
bench kunt doen, ik zou volkomen gek worden. Bij kleine, in ogen
prikkende en aan oren trekkende kinderen pas ik evenmin. Aspirant
baasjes kwamen naar me informeren en kijken. Als ze me al niet meekregen,
dan schrokken ze wel van de wilde verhalen dat ik katten dood beet,
eenden ving en eigenlijk een onmogelijk maar bloedmooi schepsel
was.
Op een doordeweekse dag in de zomer van 1999, kwam weer eens iemand
naar me kijken. De grote fotoposter met noodkreet in de hal van
het Haagse dierenasiel schijnt wel indruk gemaakt te hebben. We
maakten kennis, ik hield me op de vlakte; waarom weer blij zijn
en wellicht na een paar weken of maanden teruggebracht worden naar
een kooi? Maar nee, het pakte anders uit. De man kwam 's middags
opnieuw en ik mocht mee! Wandelend naar het zoveelste vreemde huis
deed ik zo nonchalant mogelijk: Je wilt contact? Doe dan ook maar
je best. Eigenlijk wilde ik me niet meer hechten. Eenmaal in het
nieuwe huis kwam er 's avonds nog iemand bij, hij bleek er ook te
wonen.
Dat ik nu hier sta, zegt genoeg. Thuis werden we met z'n drieën
maatjes. Dat zijn we nog altijd, al negen jaar. Dit leven nu kan
niet meer stuk. We maken goede wandelingen, we fietsen overdag of
in de zomer 's avonds laat, en we treinen frequent naar de Zwitserse
Alpen. Ons ideale oord, vanwege de oneindige wandeluitdagingen met
onderweg bijna altijd smeltwater én, hogerop de eeuwige sneeuw,
ik ben daar helemaal in mijn element. Hier beleef ik met mijn bazen
veel plezier. Dit gaat nooit meer voorbij.
Naast fiets of in tram ga ik mee naar kantoor. Soms kan het niet
anders dan dat we vroegtijdig de tram uitstappen, zodra ik een kind
met luchtballon zie heb ik het niet meer. Doodsbang ben ik hiervoor,
ook voor plantenspuiten trouwens. Dat zal met mijn verleden te maken
hebben.
Op het werk heb ik een kamer met balkon, idealer kan niet. Er zijn
bij Proefdiervrij nog vier honden. Op de volgende bladzijde
staan zij.
©Dalai
<<Terug - [Dalai's
vrienden] - [Foto's Dalai (1)]
- [Foto's Dalai (2)] - [Dalai
en Wolf] - [Dalai's Neefje]
- [Dalai gedicht]
- [Christine's
Dalai] -
Volgende>>
|