De Windroosserie 1950-1990


Onder redactie van Ad den Besten:
1. W.J. van der Molen (1923-2002), Sous-terrain; 1950
2. Guillaume van der Graft (pseudoniem van Willem Barnard 1920), Mythologisch; 1950
3. J. Meulenbelt (1921), Plattegrond; 1950
4. Nico Verhoeven (1925-1974), Gij zijt; 1950
5. Michael Deak (pseudoniem van Simon Kapteijn 1920), Aphroditis; 1950
6. H.J. van Tienhoven (1923-1990), Kristalkijken; 1950
7. Jan Wit (1914-1980), Rites de passage; 1950
8. Simon Vinkenoog (1928-2009), Wondkoorts; 1950
9. J.W. Schulte Nordholt (1920-1995), Levend Landschap; 1950
10. Bergman (pseudoniem van Aart Kok 1921-2009), Modus Vivendi; 1950
11. Paul Rodenko (1920-1976), Gedichten; 1951
12. Hans Andreus (pseudoniem van J.W. van der Zant 1926-1977), Muziek voor kijkdieren; 1951
13. Guillaume van der Graft (zie nr.2), Landarbeid; 1951
14. Remco Campert (1929), Vogels vliegen toch; 1951
15. W.J. van der Molen (zie nr.1), Voor dovemansoren; 1951
16. Hans Warren (1921-2001), Eiland in de stroom; 1951
17. C. Buddingh' (1918-1985), Water en vuur; 1951
18. Jan Hanlo (1912-1969), The varnished – Het geverniste; 1951
19. H.J. van Tienhoven (zie nr.6), Wichelroedelopen; 1951
20. Harriet Laurey (1924-2004), Lorely; 1952
21. J.B. Charles (pseudoniem van W.H. Nagel 1919-1983), Het geheim; 1952
22. Gerrit Kouwenaar (1923), Achter een woord; 1953
23. Coert Poort (1922), Twee gedichten; 1953
24. Sybren Polet (pseudoniem van Sybe Minnema 1924), Demiurgasmen; 1953
25. J.W. Schulte Nordholt (zie nr.9), Tijd voor eeuwigheid; 1953
26. Jan Boelens (1928), Unvollendet; 1953
27. Guillaume van der Graft (zie nr.2), Vogels en vissen; 1953
28. Hans Warren (zie nr.16), Vijf in je oog; 1954
29. Jaap Harten (1930), Studio in daglicht; 1954
30. W.J. van der Molen (zie nr.15), De onderkant van het licht; 1954
31. Jan Wit (zie nr.7), In de metalen stier; 1954
32. Leo Herberghs (1924), Met aarden vingers; 1955
33. Nico Scheepmaker (1930-1990), Poëtisch fietsen; 1955
34 Coert Poort (zie nr.23), Een kleine dag voor mijzelf; 1955
35. Sonja Prins (1912-2009), Het geschonden aangezicht; 1955
36. Cor Stutvoet (pseudoniem van Jaap Nanninga 1904-1962), Gedichten; 1955
37. Mea Strand (pseudoniem van Tientje Louw 1919-2003), Orion; 1956
38. Guus Valleide (pseudoniem van Guus Vleugel 1932-1998), Zon, maan en hun verwend publiek; 1956
39. Gerrit Kouwenaar (zie nr.22), Hand o.a.; 1956
40. Johan van Nieuwenhuizen (1926-2001); Credo van de waterman, 1956
41. Hans Andreus (zie nr.12), Variaties op een afscheid; 1956
42. Guillaume van der Graft (zie nr.2), Woorden van brood; 1956
43. C. Buddingh' (zie nr.17), Lateraal; 1957
44. Ed. O. Roletto (pseudoniem van Ed van Otterloo 1932), Grootworden, toenaderen, buigen; 1957
45. Nico Scheepmaker (zie nr.33), De kip van Egypte; 1957
46. Frank Daen (pseudoniem van I.F. de Haan 1918-2007), De bruikbaarheid van de tijd; 1957
47. H.J. van Tienhoven (zie nr.6), Flessengroen; 1958
48. Sybren Polet (zie nr.24), Organon; 1958
49. Coert Poort (zie nr.23), De koning van Wezel; 1958
50. K.N.L. Grazell (1928), Narcissus in demon; 1958
51. J.W. Schulte Nordholt (zie nr.9), Het eenvoudig gezaaide; 1958
52. Jan Boelens (zie nr.26), Liturgisch; 1959
53. Guus Valleide (zie nr.38), Fluitles; 1959
54. Mischa de Vreede (1936), Met huid en hand; 1959
55. Inge Tielman (1931), Leg je oor aan; 1961
56. Huub Oosterhuis (1933), Uittocht; 1961
57. Coert Poort (zie nr.23), Mannenwerk; 1961
58. Jan Verhoef (1933), Requiem; 1961
59. Guillaume van der Graft (zie nr.2), Een stadsmens; 1961
60. Hans Andreus (zie nr.12), Groen land; 1961
61. Wim Brinkman (1936), Negev; 1962
62. Huub Oosterhuis (zie nr.56) Groningen en andere gedichten; 1962
63. Peter Berger (1936-2000), Deze voorlopige naam; 1962
64. Hans Andreus (zie nr.12), Aarde; 1962
65. Otto Dijk (1925-2004), Traumagie; 1962
66. Jan Wit (zie nr.7), Revalidatie; 1962
67. Peter Berger (zie nr.63), Perm; 1965
68. Henk Kooijman (1928-1988), Dorpsbewoner; 1965
69. Fem Rutke (pseudoniem van Nelly Francés-Meijer 1934-1991), Even kijken in de aarde; 1965
70. Alexander West (1938- † omstreeks 1968), Geen andere wereld; 1965
71. H.J. van Tienhoven (zie nr.6), Neomagisch; 1965
72. Tom Naastepad (1921-1996), Het zevende jaar; 1965
73. Inge Tielman (1931), Deelbaar licht; 1966
74. Nico Verhoeven (1925-1974), De eendere dingen; 1966
75. Maria de Groot (1937), Rabboeni; 1966
76. H. van Teylingen (1938-1998), De baron fietst rond; 1966
77. Jan Verhoef (zie nr.58), Iemandsland; 1966
78. Dick Steenkamp (1924-1980), Het koninkrijk raakt uit de tijd; 1966
79. Leo Herberghs (zie nr.32), Lessen in landschap; 1968
80. Jan van Harten (1945-2007), Het ritselt; 1968
81. Maria de Groot (zie nr.75), Liedboek voor Kevin; 1968
82. M. Coenraads (1940), Varen groene veer; 1968
83. Peter Berger (zie nr.63), Op tegenspraak; 1968
84. Jos van Hest (1946), Tegen beter weten; 1968
85. Saul van Messel (pseudoniem van Jaap Meijer 1912-1993), Het geluid hing te trouwen; 1972
86. Jozef Eijckmans (1907-1996), Onmenselijk reiziger; 1972
87. Cees de Jong (1931), Gaten in de muur; 1972
88. Piet van Veen (1944), Het oog is wandelaar; 1972
89. Henk Kooijman (zie nr.68), Onhistorisch uitzicht; 1972
90. Henk Chr. Puls (1937), Gedichten; 1972

Onder redactie van Jan van der Vegt:
91. Boccarossa (ps. van Margreet Hirs, 1941), Ik rijd uit met een zweep; 1979
92. Frans Kuipers (1942), Van A tot en met Z; 1979
93. J.H. van Dijk (1930), Fall-out; 1979
94. Margot H. de Hartog (1920), Oor aan het hart; 1979
95. Jozef Eyckmans (zie nr.86), De omtrek van een woord; 1979
96. Johan van den Berg (1939), Het mondeling tekort; 1979
97. Boccarossa (zie nr.91), Een scherf in mijn hand; 1980
98. Job Degenaar (1952), Het wak; 1980

Onder redactie van Pim de Vroomen:
99. Wenda Focke (1938), Sirius stijgt; 1983
100. Tiele Rümke (1929), Enkele reis; 1983
101. Margot H. de Hartog (zie nr.94), Leven zonder huis; 1983

Onder redactie van Uitgeverij Holland:
102. Hans Andreus (zie nr.12), Zoon van Eros, 1986
103. Hans Andreus, (zie nr.12), Al ben ik een reiziger, 1987
104. Mieke Tillema (1944), Het genot van het surplus; 1988
105. Fetze Pijlman (1946), Door het donker van een kamer; 1989
106. Nachoem M. Wijnberg (1961), De simulatie van de schepping; 1989
107. Johanna Kruit (1940), De omtrek van een antwoord; 1990
108. Mieke Tillema (1944), Overzettingen; 1990
109. Nachoem M. Wijnberg (zie nr.106), De voorstelling in de nachtclub; 1990