NAAR ZEE
Ik zie je gaan, je rug is kwaad. Je stappen
groter dan normaal. Dat je niet wacht
neem ik je kwalijk. Ik loop hard
en haal je in, kijk naar je strakke mond.
Ben ik je vriendje nog? Het dier
dat in een boekje woont?
We lopen ver, het duin is hoog.
Ik hol eraf: schelpen en wier
moeten je helpen. Met handen vol
draag ik de schatten aan. Het blauw bazalt
wordt mooi versierd. Maar het bevalt je niet
je hebt vandaag geen taal.
Je ogen zien een triest verhaal
boven de golven en ik weet het niet.
© Johanna Kruit
Uit: Omtrent het getij, Thomas Rap, Amsterdam/Brussel, 1985
Johanna Kruit (Zoutelande, 1940)
Bezoek www.johannakruit.nl
|