<<Terug

 

BOMARZO

1

Juf was kwaad op me:
ik had Jet onder haar rokken gekeken.
Voor straf werd ik vastgebonden
aan een boom, losjes, maar toch.
Dat het allemaal anders was gegaan
hielp me niets.
‘Blijf jij daar maar staan’ snauwde juf.
Na een poosje kwam een man aanfietsen.
Alsof het om een geslaagde grap ging
riep ik ‘Leuk hè?’
Hij scheen me niet te horen.

2

Tjeeses, wat ging Juinbol tekeer.
De jongen lag al op de grond
en meester bleef maar schoppen.
Acht klassen keken glazig
naar wat zich onder de linde voltrok.
In snot en tranen
hinkte de jongen terug naar zijn rij.
Het sloeg twee uur.
Op een kort, droog teken
schuifelde onze klas naar binnen.
We hadden schrijfles.
Ik maakte al meteen een vlek.

 

© Willem Jan van Wijk


Uit: Tijd sleep mij een bril, Passage, Groningen, 2000


Willem Jan van Wijk (Vlijmen, 1943)
Kijk voor meer informatie www.uitgeverijpassage.nl/paginas/vanwijk.html en www.poeziemarathon.nl/dichters/wijk.html